Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Relationele en seksuele vorming: het kader

Drie lachende meisjes

Dat goede relationele en seksuele vorming (RSV) tot gezonder seksueel gedrag leidt is al meermaals aangetoond. Maar wanneer is seksuele vorming ‘goed’, en waarop moet je letten?

Hier lees je meer over de visie van Sensoa en een aantal andere Vlaamse organisaties. En over de onderbouwing. 

Belang van seksuele vorming

Dat seksuele vorming een verschil kan maken is al meermaals aangetoond. Uit onderzoek blijkt dat goede relationele en seksuele vorming leidt tot:

  • meer verantwoord seksueel gedrag;
  • minder seksueel geweld;
  • minder seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s);
  • minder ongeplande zwangerschappen;
  • beter condoom- en anticonceptiegebruik.

Jongeren die goed voorgelicht zijn, stellen seks ook langer uit. Onderzoek toont aan dat jongeren die weten waaraan ze zich kunnen verwachten bij seks, beter voorbereid zijn om te onderhandelen over veilige seks en beter hun grenzen kunnen bewaken.

Doelstellingen van seksuele vorming

Als we willen dat kinderen en jongeren opgroeien tot verantwoordelijke en liefhebbende partners, dan moet relationele en seksuele vorming volgens Sensoa 3 hoofddoelstellingen nastreven:

  • Jongeren worden begeleid in hun seksuele ontwikkeling: We begeleiden kinderen en jongeren tot volwassenen die seksualiteit en relaties zinvol kunnen integreren in hun leven.
  • Jongeren ontwikkelen attitudes, waarden en normen. Attitudevorming is erg belangrijk bij seksuele vorming en waarden en normen spelen daarbij een belangrijke rol.
  • Jongeren zijn in staat om risicogedrag te vermijden. Seksuele vorming leert jongeren dus omgaan met risico’s als ongeplande zwangerschap, hiv en andere soa’s en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Goede relationele en seksuele vorming besteedt aandacht aan alle 3 de doelstellingen.

Positieve visie op seksualiteit

Goede RSV vertrekt van een positieve visie op seksualiteit. Seks voorstellen als iets waaraan enkel gevaren verbonden zijn en waar je best niet aan begint, gaat voorbij aan de leefwereld van jongeren. Natuurlijk is het belangrijk dat jongeren zich bewust zijn van wat er mis kan gaan. Maar wanneer je erover spreekt vanuit de erkenning dat seks belangrijk en plezierig is, ook voor jongeren, komt de boodschap beter aan (Smith, 2007).

Goede RSV heeft dus niet alleen aandacht voor de risico’s maar ook voor plezierige kanten van seks. Daarnaast moet de autonomie, competenties en betrokkenheid van jongeren versterkt worden. Omdat dit ervoor zorgt dat jongeren beter functioneren en zich beter voelen, ook op seksueel vlak.

Thema’s, kwaliteitscriteria en rechten

Goede RSV heeft niet alleen aandacht voor anticonceptie, soa’s of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook andere thema's zoals relaties, gender en seksuele oriëntatie horen aan bod te komen. Goede seksuele vorming voldoet bovendien aan een aantal kwaliteitscriteria en kijkt vanuit een rechtenbenadering naar de seksualiteit en seksuele gezondheid van jongeren. Respect en aandacht voor diversiteit is een basisprincipe.

Gedeelde verantwoordelijkheid

Ouders spelen een belangrijke rol bij de begeleiding van de seksuele ontwikkeling, maar er zijn onderwerpen waarover jongeren liever niet met hun ouders praten. Dus ook leeftijdsgenoten, de school, de instelling, de centra leerlingenbegeleiding en het verenigingsleven (jeugdwerk, sport…) hebben een rol te spelen.

Jongeren noemen de school dé plaats om betrouwbare informatie over seksualiteit te krijgen en ouders vinden RSV op school belangrijk omdat het er professioneel en systematisch kan gebeuren. Maar RSV is niet alleen de verantwoordelijkheid van de school. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid: van de ouders, opvoeders, school, centra voor leerlingenbegeleiding en het verenigingsleven (jeugdwerk, sport enz.).

Van jongs af

De seksuele ontwikkeling begint bij de geboorte en sluit aan bij de biologische, cognitieve, emotionele, autonomie-, en morele ontwikkeling. Opdat kinderen en jongeren uit kunnen groeien tot gezonde, blije, evenwichtige en verantwoordelijke individuen die van hun seksualiteit kunnen genieten moeten we ze dus van jongs af begeleiden, net zoals dat op de andere ontwikkelingsgebieden gebeurt. Dit betekent dat relationele en seksuele vorming best vroeg in de kindertijd start en doorloopt in de adolescentie en volwassenheid.

Meer lezen

  • De Wit, J. en Picavet Ch., (2004) Preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen en HIV. In Gijs, L. et al., Seksuologie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  • Kirby, D. (2007). Emerging Answers 2007: Research Findings on Programs to Reduce Teen Pregnancy and Sexually Transmitted Diseases. Washington, DC: The National Campaign to Prevent Teen Pregnancy.
  • Kuyper, l., de Wit, J., van Berlo, W., et al (2009) Laat je nu Horen. Een onderzoek naar grensoverschrijdende ervaringen en gedragingen onder jongeren. Utrecht: Universiteit Utrecht.
  • Smith, V. (2007). In Pursuit of 'good' sex: self-determination and the sexual experience. Journal of Social and Personal Relationships, vol.24 (1), p. 69-85.
  • Unesco (2009) International Technical Guidance on Sexuality Education. An evidence-informed approach for schools, teachers and health educators. Paris: Unesco.
  • Van Oosten, N. & Höing, M., (2004) Primaire preventie van seksueel geweld. In Gijs, L. et al. (Red.), Seksuologie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Tips uitwisselen over seksuele vorming?

Deel je kennis via onze Facebook-groep. Je kan je collega's vragen stellen en zo tips uitwisselen!