Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Jongeren, seks en media: sexting

Met dank aan prof. Eva Lievens (UGent) om deze pagina na te lezen en aan te vullen. 

Wat zegt de wet over jongeren en sexting? 

Als jongeren seksueel getinte beelden delen, dan kan dat in principe tot vervolging leiden. Jongeren schenden er niet alleen de privacywetgeving mee, maar kunnen ook een 'als misdrijf omschreven feit' (*) begaan (Lievens, 2014).  

Welke wetgeving van toepassing is op communicatie via sociaalnetwerksites is niet altijd even duidelijk. Jongeren, ouders en begeleiders zijn zich vaak te weinig bewust van wat mag en niet mag. 

In de VS en Australië werd in het verleden de wetgeving in verband met kinderpornografie al gebruikt om jongeren te straffen voor sexting, omdat ze foto's hadden genomen van zichzelf of van leeftijdsgenoten. Ze kregen een gevangenisstraf en stonden geregistreerd voor zedenfeiten (Lievens, 2014). Gelukkig loopt het in Europa niet zo’n vaart. 

Europese wetgeving

In de schoot van de Raad van Europa zijn er 2 verdragen die kinderpornografie willen bestraffen: de 'Budapest Convention on Cybercrime (2001)' en de 'Lanzarote Convention on the Protection of Children against Sexual Exploitation and Sexual Abuse (2007)'. Deze verdragen beschrijven heel gedetailleerd wat (kinder)pornografische beelden inhouden, en die beschrijving kan je theoretisch perfect op sexting toepassen. 

De Lanzarote conventie voorziet echter wel een uitzondering voor beelden die jongeren bezitten en gebruiken 'met hun toestemming en alleen voor hun eigen gebruik'. Overheden kunnen dus beslissen dat 'primaire sexting' onder -18 jarigen niet onder de kinderpornowet valt, als de jongeren seksueel meerderjarig zijn (16 dus in België) (Lievens, 2014).

De Europese Unie vaardigde in 2011 een richtlijn uit (Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011) ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie. Ook deze richtlijn geeft lidstaten de ruimte om materiaal dat jongeren zelf maken uit te sluiten, als de jongeren seksueel meerderjarig zijn en als de beelden met toestemming en zonder misbruik gemaakt zijn en alleen bedoeld zijn voor privégebruik (Lievens, 2014). 

Seksuele meerderjarigheid versus sexting-wetgeving

De Europese wetgever heeft dus de intentie om het onderscheid te maken tussen kinderpornografie en seksueel gedrag tussen jongeren, met wederzijdse toestemming. Wel kunnen er problemen ontstaan als de leeftijd voor seksuele meerderjarigheid (in België 16 jaar) en de leeftijd die wordt gehanteerd in bepalingen die mogelijk op sexting van toepassing zijn (bijvoorbeeld 18 jaar) niet gelijklopen. Dat kan tot situaties leiden waarin jongeren wel seksuele handelingen mogen stellen, maar geen seksuele beelden mogen maken en uitwisselen. Dat kan voor jongeren heel verwarrend zijn. 

Belgische wetgeving  

In België zijn verschillende artikels over het bezitten, verspreiden etc. van seksueel getinte beelden, bijvoorbeeld uit de strafwet, toepasbaar op sociaalnetwerksites (SNS) en sexting. Begin 2016 werd een specifiek artikel in de strafwet geïntroduceerd dat het zonder toestemming of buiten medeweten tonen, toegankelijk maken of verspreiden van 'de beeld- of geluids- opname van een ontblote persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt, (...) ook al heeft die persoon ingestemd met het maken ervan', strafbaar stelt (art. 377/1 Sw) (**). En ook het auteursrecht en de wet op de privacy kun je schenden door aan (secundaire) sexting te doen (Lievens, 2016). 

Sociaalnetwerksites (SNS)

De gebruiksvoorwaarden van SNS hebben ook bepalingen rond het delen van seksuele content. Maar

  • volgens de algemene voorwaarden van de meest SNS (zoals Facebook) zijn zij aan de Amerikaanse wetgeving onderworpen. Recent verklaren rechtbanken in Europa zich echter wel vaker bevoegd om uitspraken te doen over dergelijke sociaalnetwerksites;
  • het is niet zeker of deze gebruiksvoorwaarden wel bindend zijn voor minderjarigen. Artikel 1124 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat minderjarigen onbekwaam zijn om een contract te sluiten. In bepaalde gevallen, wanneer zij geacht worden over onderscheidingsvermogen te beschikken, kan de overeenkomst echter geldig worden bevonden en worden afgedwongen. Het is in elk geval wel raadzaam minderjarigen op die gebruiksvoorwaarden te wijzen;
  • SNS moeten op hun verantwoordelijkheid gewezen worden en reageren als jongeren misbruik rapporteren. Uit onderzoek blijkt dat dat vaak niet gebeurt (Van Royen, 2016). 

(*) De Wet betreffende de jeugdbescherming bepaalt dat minderjarigen niet gelijkgesteld mogen worden met meerderjarigen wat de mate van verantwoordelijkheid en de gevolgen van hun daden betreft (Voorafgaande titel, 4°). Dat neemt echter niet weg dat we minderjarigen die een ‘als misdrijf omschreven feit’ hebben gepleegd, bewust moeten maken van die gevolgen. De wet schrijft dus in plaats van de straffen die bepaald zijn in het Strafwetboek andere maatregelen voor in verband met toezicht, opvoeding, tucht en begeleiding.

(**) Wetsvoorstel tot wijziging van diverse bepalingen wat de aanranding van de eerbaarheid en het voyeurisme betreft, document 54 0699/011, 14 januari 2016.