Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Kwaliteitscriteria voor relationele en seksuele vorming

Drie kinderen hand in hand

Goede relationele en seksuele vorming (RSV) gaat over veel meer dan anticonceptie, seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) of seksueel misbruik en beantwoordt aan een aantal kwaliteitscriteria. Een brede of 'holistische' benadering helpt jongeren om hun seksualiteit op een veilige, verantwoordelijke en bevredigende manier te beleven.

Sensoa baseert zich voor het opstellen van deze criteria op wetenschappelijk onderzoek en op de internationale standaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. Een overzicht.

Kwaliteitsvolle relationele en seksuele vorming baseert zich op volgende principes:

  1. Relationele en seksuele vorming is aangepast aan de leeftijd en de verschillende ontwikkelingsfases van jongeren. Het houdt rekening met hun cultuur, sociale context en gender en met de reële leefsituatie van jongeren. 
  2. Relationele en seksuele vorming is gebaseerd op de seksuele en reproductieve rechten en op de mensenrechten in het algemeen. 
  3. Relationele en seksuele vorming gaat uit van een holistische benadering van welzijn, inclusief gezondheid. 
  4. Relationele en seksuele vorming is sterk gebaseerd op gendergelijkheid, zelfbeschikking en het aanvaarden van diversiteit. 
  5. Relationele en seksuele vorming begint bij de geboorte.
  6. Relationele en seksuele vorming draagt bij tot een eerlijke en medelevende samenleving, door individuen en gemeenschappen te empoweren. 
  7. Relationele en seksuele vorming is gebaseerd op wetenschappelijk bewezen inzichten. 

Relationele en seksuele vorming beoogt volgens de Wereldgezondheidsorganisatie de volgende resultaten:

  1. Bijdragen aan een sociaal klimaat dat tolerant, open en respectvol is tegenover seksualiteit, verschillende levensstijlen, attitudes en waarden. 
  2. Diversiteit en genderverschillen respecteren en zich bewust zijn van seksuele identiteit en genderrollen. 
  3. Mensen empoweren om geïnformeerde keuzes te maken op basis van respect. Verantwoordelijk handelen tegenover zichzelf en zijn of haar partner. 
  4. Zich bewust zijn en kennis hebben van het menselijk lichaam, zijn ontwikkeling en functies, met name in verband met seksualiteit. 
  5. Zich kunnen ontwikkelen als een seksueel wezen. Dus leren om gevoelens en behoeften uit te drukken, om seksualiteit op een plezierige manier te ervaren en om de eigen genderrol en seksuele identiteit te ontwikkelen. 
  6. Aangepaste informatie krijgen over de fysieke, cognitieve, sociale, emotionele en culturele aspecten van seksualiteit, anticonceptie, preventie van soa’s en hiv en seksueel grensoverschrijdend gedrag. 
  7. De nodige vaardigheden bezitten om te kunnen omgaan met alle aspecten van seksualiteit en relaties. 
  8. Weten waar en hoe men toegang vindt tot counseling en medische diensten, vooral bij problemen en vragen over seksualiteit. 
  9. Kunnen reflecteren over seksualiteit en diverse normen en waarden die samenhangen met mensenrechten, om zo een persoonlijke, kritische houding te ontwikkelen. 
  10. (Seksuele) relaties kunnen uitbouwen waarin er sprake is van wederzijds begrip en respect voor elkaars behoeften en grenzen en te komen tot gelijkwaardige relaties. Dat draagt bij tot de preventie van seksueel misbruik en geweld. 
  11. Kunnen communiceren over seksualiteit, emoties en relaties en de taalvaardigheid hebben om dat te doen. 

Deze beoogde resultaten sluiten aan bij de doelstellingen van relationele en seksuele vorming 

Wat is een goed RSV-programma? 

  • Een goed RSV-programma voldoet aan een de hierboven genoemde basisprincipes, beoogde resultaten en doelstellingen van relationele en seksuele vorming: (1) de begeleiding van de seksuele ontwikkeling, (2) het handhaven van een seksuele moraal en (3) de preventie van risicogedrag.
  • De RSV-activiteiten sluiten aan bij de eindtermen en ontwikkelingsdoelen van het Vlaamse onderwijs of richtlijnen van andere sectoren.
  • Veiligheid en vertrouwen worden gewaarborgd met onder meer de PICKASSOL-afspraken.
  • Er wordt kwaliteitsvol materiaal gebruikt, dat zowel goed onderbouwd is als voldoende in de praktijk getest werd.

Er zijn 8 pedagogische aanbevelingen waaraan je een RSV-programma kan toetsen. Deze aanbevelingen worden ook wel eens VIADEWEG genoemd.

  • Veiligheid: Het is belangrijk om een sfeer te creëren van openheid en comfort, waarin jongeren zonder gêne kunnen vertellen en vragen stellen.
  • Interactie: Een groep leeftijdsgenoten is een bron van meningen, ervaringen, modellen, kennis en steun. Maak daar gebruik van, door activerende werkvormen te gebruiken.
  • Aansluiting: Kies onderwerpen die aansluiten bij de leefwereld van jongeren.
  • Diversiteit: Ook al zijn alle leerlingen van dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht, dan nog kom je binnen zogezegd homogene groepen een grote diversiteit aan ervaringen en vragen tegen. Deze diversiteit zichtbaar maken is één van de doelstellingen van RSV.
  • Evolutie: Eén vorming over seks en relaties volstaat niet. Jonge mensen ontwikkelen zich voortdurend, en de vragen en ervaringen kunnen heel erg evolueren.
  • Waarden: Jongeren worden geconfronteerd met uiteenlopende standpunten, zonder dat ze alle relevante argumenten in het debat begrijpen. Een les RSV is ideaal om jongeren te helpen bij het vormen van eigen standpunten.
  • Emoties: Leerlingen moeten zich kunnen inleven, eigen gevoelens kunnen verwoorden, over ervaringen leren spreken, en steun kunnen geven aan andere leerlingen.
  • Gender: Bij RSV moet je altijd aandacht hebben voor genderverschillen. Met name het perspectief van jongens wordt vaak uit het oog verloren.

Tips uitwisselen over seksuele vorming?

Deel je kennis via onze Facebook-groep