Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

De dokter Bea show: lesmodules seksuele voorlichting voor 9-12 jaar

Aan de slag met dokter Bea

Op deze pagina's vind je werkvormen geschikt voor kinderen van 9-12 jaar bij De dokter Bea show van Ketnet. Je vindt bij elke aflevering van dokter Bea een digitale module met telkens een variatie aan werkvormen: quizjes, reflectievragen, drag-en-drop-oefeningen, doe-opdrachten voor thuis en nog meer.

Er zijn 12 thema's.

    1. Kussen
    2. Verliefd
    3. Penis
    4. Vagina
    5. Grenzen aangeven
    6. Vrijen
    7. Puberteit
    8. Homoseksualiteit
    9. Borsten
    10. Sociale Media
    11. Voortplanting
    12. Zelfbevrediging

De werkvormen spelen in op kennis, attitudes, vaardigheden, emoties en steun (zie KAVES). De modules volgen grotendeels de structuur van de dokter Bea Show en helpen om de belangrijkste inhouden te verwerken. We raden aan de tijd te nemen voor uitwisseling en discussie tussen de leerlingen. Dat geeft de meest waardevolle resultaten. 

Lees meer over onze visie op relationele en seksuele vorming

Lees meer over praten over seks met kinderen.

Lees extra tips over lesgeven aan kinderen met een migratie-achtergrond.

 

Hoe de modules gebruiken

Zorg vooraf voor een veilige sfeer in je groep. Dit kan je doen door een aantal afspraken te maken. PICKASOLL is een goede basis hiervoor. Maar je kan ook zelf je regels samenstellen.

De opdrachten zijn zo gemaakt dat je als leraar zelf kan kiezen hoe je de werkvorm inzet. Kies dus zelf welke instructie je bij de werkvorm geeft, naargelang wat best past voor jouw groep. Je kan de leerlingen klassikaal laten antwoorden, of je kan ervoor kiezen om de leerlingen individueel, in duo of in kleine groepjes te laten werken. Geef ze telkens een paar minuten. Als je de leerlingen in groepjes of duo's laat werken, overloop dan klassikaal hun antwoorden zodat de leerlingen maximaal van elkaars ervaringen en bevindingen kunnen leren. 

Het staat je vrij om aan te passen. Je kan ervoor kiezen om een pagina over te slaan of tussen de pagina's in zelf een extra opdracht toe te voegen. 

 

Wat je nodig hebt

Je hebt een toestel met toegang tot internet en eventueel een beamer nodig. Deze module is bedoeld om aan de klas te tonen via beamer of via een smartboard. Het is leuk als de leerlingen sommige oefeningen op een eigen toestel kunnen doen, maar dat hoeft niet.

Er horen kaartjes bij de methodiek 'Mijn vriend(in) zegt...'. Je vindt een slide over deze methodiek achteraan in elk module. De kaartjes kan je zelf printen en knippen.

 

Duur van de modules

Elke module begint met bijhorende aflevering van de dokter Bea Show. Die duurt 26 minuten als je ze volledig laat afspelen.

Je kan de module zo snel of zo traag doorlopen als je wil. Het duurt maximaal een lesuur om alle werkvormen te doen. 

Aandachtspunten bij de verschillende levels:
>
Kennisvragen: stel bijkomende vragen. In het opzoekwerk komen ze andere interessante
weetjes tegen of komen ze op andere vragen uit.
>
Meerkeuzevragen: vaak zijn er meerdere goede antwoorden per vraag.
Vraag om te motiveren waarom ze dit antwoord geven.
>
Sekswoorden: er is een woordenlijst voorzien, maar gebruik ook een woordenboek.
>
Attitudevragen: hier is het de bedoeling dat de kinderen een mening formuleren.
Stel open vragen en geef ook de andere kinderen de kans te reageren. Laat de meningen
in hun waarde, en geef niet zelf je mening.
>
Doe-vragen: bespreek een presentatie steeds na met de kinderen die iets naar voor hebben
gebracht, daarna met de andere kinderen. Geef altijd een applausje
Aandachtspunten bij de verschillende levels:
>
Kennisvragen: stel bijkomende vragen. In het opzoekwerk komen ze andere interessante
weetjes tegen of komen ze op andere vragen uit.
>
Meerkeuzevragen: vaak zijn er meerdere goede antwoorden per vraag.
Vraag om te motiveren waarom ze dit antwoord geven.
>
Sekswoorden: er is een woordenlijst voorzien, maar gebruik ook een woordenboek.
>
Attitudevragen: hier is het de bedoeling dat de kinderen een mening formuleren.
Stel open vragen en geef ook de andere kinderen de kans te reageren. Laat de meningen
in hun waarde, en geef niet zelf je mening.
>
Doe-vragen: bespreek een presentatie steeds na met de kinderen die iets naar voor hebben
gebracht, daarna met de andere kinderen. Geef altijd een applausje